Blog geschiedenis

Maankalenders door de geschiedenis: waarom een maand een maan is.

In het kort

  • Het woord maand komt van maan: duizenden jaren lang was de maan de klok waarmee mensen de tijd maten.
  • Babylon, Jeruzalem en China lossen het gat tussen maanjaar en zonnejaar op met een schrikkelmaand; de islamitische kalender laat het jaar bewust schuiven.
  • Julius Caesar liet de maan in 46 v.Chr. los. Alleen Pasen volgt haar nog: in 2027 op zondag 28 maart, na de volle maan van maandag 22 maart.

Dit artikel

  • Door
  • 8 minuten lezen
  • 1.850 woorden
  • geschiedenis · kalender · cultuur

Deel dit artikel

WhatsApp X LinkedIn Facebook

Kijk naar de kalender aan je muur en je ziet de zon: twaalf maanden van dertig of eenendertig dagen, een jaar dat netjes met de seizoenen meeloopt, en nergens een maan te bekennen. Toch zit ze overal in verstopt. In het woord maand. In de lengte van die maanden, die ooit precies één maancyclus was. In de datum van Pasen, die nog altijd wordt uitgerekend met een volle maan. En in de kalenders van ruim de helft van de wereldbevolking, die de maan nooit hebben losgelaten.

Dit artikel zet op een rij hoe mensen de maan als klok gingen gebruiken, welke oplossingen ze bedachten voor het lastige feit dat maan en zon niet in de pas lopen, hoe de Romeinen de maan uiteindelijk uit de kalender schrapten, en waarom die ene maanregel het nog steeds overleeft, ook in 2027.

Maand komt van maan

Het is geen toeval dat maand en maan zo op elkaar lijken. Beide woorden gaan terug op dezelfde Indo-Europese wortel, die ‘meten’ betekent. De maan was letterlijk de meter: het hemellichaam waaraan je kon aflezen hoeveel tijd er voorbij was. In het Oudnederlands van de tiende eeuw heet de maan al māno, en in een tekst uit ongeveer 1050 duikt hagmanoth op, hooimaand, voor juli. Het Latijnse mensis (maand), het Griekse mēn en het Engelse paar moon en month komen allemaal uit hetzelfde nest.

De reden is simpel. Een maancyclus van nieuwe maan tot nieuwe maan duurt gemiddeld 29,53 dagen, en die cyclus is voor iedereen zichtbaar, zonder instrumenten. Een dunne sikkel in de avondschemering betekent: er is een nieuwe maand begonnen. Wie de sikkels telt, heeft een kalender. Het probleem komt pas als je die kalender naast de seizoenen legt. Twaalf maanmaanden zijn 354 dagen, en het zonnejaar duurt ruim 365. Elk maanjaar loopt dus elf dagen voor op de zon, en na drie jaar zit je al een hele maand scheef. Hoe die cyclus precies in elkaar zit, lees je in hoe lang duurt een maancyclus. Elke kalender in de geschiedenis is uiteindelijk een antwoord op dat ene rekenprobleem.

De oudste kalenders: kerven in bot, kuilen in de grond

De alleroudste kalenders kennen we alleen uit vermoedens. Op prehistorische botten uit Afrika en Europa staan reeksen kerven die sommige onderzoekers als maantellingen lezen. Het bekendste voorbeeld is het Ishango-bot uit Congo, zo’n 20.000 jaar oud, waarin de archeoloog Alexander Marshack in de jaren zeventig een maankalender van zes maanden meende te herkennen. Collega’s waren sceptisch: wie lang genoeg zoekt, vindt in elke reeks streepjes wel een patroon. Een kerfstok kan net zo goed een teltabel zijn, of gewoon versiering.

Steviger is het bewijs uit Schotland. In Warren Field, een akker in Aberdeenshire, vonden archeologen een boog van twaalf kuilen die rond 8000 v.Chr. werd aangelegd door jager-verzamelaars, duizenden jaren voor de eerste boeren in Groot-Brittannië. Een team onder leiding van archeoloog Vince Gaffney publiceerde in 2013 de interpretatie: de kuilen bootsen de maanfasen na en laten toe om twaalf maanmaanden te tellen. Het slimme detail is dat de rij is uitgelijnd op de zonsopkomst bij midwinter. Dat gaf de gebruikers elk jaar een vast ijkpunt om hun maantelling weer gelijk te zetten met de zon, precies het rekenprobleem waar we het net over hadden. Als de interpretatie klopt, is Warren Field de oudste lunisolaire kalender ter wereld, vijfduizend jaar ouder dan de eerste tijdmetingen in Mesopotamië.

De schrikkelmaand: Babylon, Jeruzalem en China

De klassieke oplossing voor het gat tussen maan en zon is de schrikkelmaand: laat de maanden gewoon met de maan meelopen, en schuif er om de twee of drie jaar een dertiende maand tussen zodat de seizoenen niet weglopen. De Babyloniërs perfectioneerden dat systeem. Vanaf ongeveer 499 v.Chr. gebruikten ze een vaste cyclus van negentien jaar, waarin zeven jaren dertien maanden kregen. Negentien zonnejaren zijn namelijk vrijwel exact 235 maanmaanden, een toeval van de hemelmechanica dat de Griek Meton later zijn naam gaf.

De Joodse kalender nam die cyclus over, samen met de Babylonische maandnamen, tijdens de ballingschap in de zesde eeuw v.Chr. Nog altijd krijgen de jaren 3, 6, 8, 11, 14, 17 en 19 van elke cyclus een extra maand, Adar I, voor de gewone maand Adar. Ooit werd het begin van elke maand vastgesteld door getuigen die de nieuwe sikkel hadden gezien; sinds de vierde eeuw wordt de kalender berekend. Daardoor weet je nu al dat het Joodse nieuwjaar, Rosj Hasjana, in 2027 op de avond van 1 oktober begint, anderhalve dag na de nieuwe maan van 30 september.

China koos hetzelfde principe met een eigen draai. De Chinese kalender is lunisolair, met maanden die beginnen op de dag van de nieuwe maan en zeven schrikkelmaanden per negentien jaar. Het nieuwjaar valt op de nieuwe maan die het dichtst bij het begin van de lente ligt, in de praktijk meestal de tweede nieuwe maan na de winterzonnewende. Daarom schuift Chinees Nieuwjaar in onze kalender heen en weer tussen 21 januari en 20 februari; in 2027 valt het op zaterdag 6 februari, de dag van de nieuwe maan van februari.

De islamitische kalender: het jaar dat bewust schuift

Er is één grote kalender die het rekenprobleem niet oplost maar omarmt. De islamitische kalender is zuiver lunair: twaalf maanmaanden, een jaar van 354 of 355 dagen, en geen schrikkelmaand. Elke maand begint traditioneel bij het zien van de nieuwe maansikkel, de hilal, en telt daardoor 29 of 30 dagen. De Koran verbiedt het inlassen van een extra maand uitdrukkelijk, en dus loopt het islamitische jaar elk jaar zo’n elf dagen voor op ons zonnejaar.

Het gevolg is dat de Ramadan door de seizoenen wandelt. In ongeveer 33 jaar maakt de vastenmaand een volledige rondgang: van hartje zomer, met vastendagen van achttien uur in Nederland, naar de korte dagen van de winter en weer terug. In 2027 begint de Ramadan op 8 februari, twee dagen na de nieuwe maan van 6 februari. Het Suikerfeest volgt rond 9 maart, na de volgende nieuwe maan. Voor de rest van de maangebonden feesten van dat jaar is er een aparte gids: feestdagen die de maan bepaalt in 2027.

Elke kalender is een antwoord op hetzelfde rekenprobleem: twaalf manen zijn elf dagen te kort voor één zon. Babylon schoof een maand in, de islam liet het jaar lopen, Rome gooide de maan eruit.

Rome: hoe Caesar de maan losliet

Ook de Romeinse kalender begon als een maankalender, en je ziet dat nog aan de namen. De eerste dag van de maand heette Kalendae, van het werkwoord calare, uitroepen: een priester riep de nieuwe maan officieel af. De Nonae vielen rond het eerste kwartier en de Idus, de dertiende of vijftiende, rond de volle maan. Ons woord kalender komt rechtstreeks van die Kalendae, en dus van het afroepen van de maansikkel.

Het jaar van de republiek telde 355 dagen, en om bij de zon te blijven moesten de priesters om het jaar een schrikkelmaand van 27 of 28 dagen invoegen, Mercedonius. Dat systeem was gevoelig voor gesjoemel: een schrikkelmaand kon een ambtstermijn verlengen of een belasting uitstellen, en in de burgeroorlogen van de eerste eeuw v.Chr. werd het inlassen zo vaak overgeslagen dat de kalender maanden voorliep op de seizoenen. Julius Caesar, zelf pontifex maximus, hakte de knoop door. Het jaar 46 v.Chr. kreeg 445 dagen, met twee extra maanden tussen november en december, om de achterstand in één keer weg te werken; de Romeinen noemden het het jaar van de verwarring. Daarna gold een jaar van 365 dagen met eens per vier jaar een schrikkeldag. De maan speelde geen rol meer; de maanden hielden alleen hun naam.

Gregorius en de tien dagen die verdwenen

Caesars jaar was elf minuten te lang, en sinds het Concilie van Nicea in 325 was dat opgelopen tot tien dagen: het lentepunt was van 21 naar 11 maart geschoven. In 1582 sneed paus Gregorius XIII die dagen eruit: op donderdag 4 oktober volgde vrijdag 15 oktober. In de Nederlanden ging dat per gewest. Zeeland en Brabant sprongen in december 1582, Holland van 1 op 12 januari 1583. De protestantse gewesten weigerden de paus te volgen en hielden ruim een eeuw vast aan de oude stijl: Gelderland ging pas in juli 1700 om, Utrecht en Overijssel in december 1700, Friesland en Groningen op 12 januari 1701 en Drenthe in mei 1701. De hele zeventiende eeuw was het in Amsterdam dus tien dagen later dan in Zwolle.

Pasen: de laatste maanregel die we nog gebruiken

Er is één plek waar de maan de Romeinse zuivering overleefde: de datum van Pasen. Het christelijke paasfeest zit vast aan het Joodse Pesach, dat op de volle maan van de eerste lentemaand valt. Het Concilie van Nicea in 325 sprak af dat alle christenen Pasen op dezelfde zondag zouden vieren, en in de eeuwen daarna kristalliseerde de regel uit die nog altijd geldt: Pasen valt op de eerste zondag na de eerste volle maan op of na 21 maart.

Twee kanttekeningen maken die regel eigenaardiger dan hij lijkt. De kerk gebruikt niet de echte sterrenkundige volle maan, maar een berekende tabelmaan, en niet het echte lentepunt maar altijd 21 maart. Meestal komen tabel en hemel op hetzelfde uit, maar niet altijd. In 2019 werd de maan in de nacht van 20 op 21 maart vol, een paar uur na het echte lentepunt, maar de kerkelijke tabel zette die volle maan op 20 maart, dus vóór de grens van 21 maart. Pasen kwam daardoor pas na de volgende volle maan, op 21 april. Het gevolg is dat Pasen kan schuiven tussen 22 maart en 25 april, en met Pasen schuift alles mee: carnaval, Goede Vrijdag, Hemelvaart, Pinksteren.

In 2027 loopt alles glad. De astronomische lente begint op zaterdag 20 maart om 21:24, en de eerste volle maan daarna is de Wormmaan van maandag 22 maart, exact vol om 11:44. De zondag erna is 28 maart, en dat is Pasen. Een vroege, koude paasdag dus, twee dagen na de eerste week van de lente. Wie de datum begrijpt, ziet ineens waarom die ene volle maan in maart een andere naam heeft dan alle andere: paasmaan.

De maan in de kalender van 2027

Onze kalender is een zonnekalender met een lunair verleden, en in 2027 zie je dat verleden op een paar plekken terug. De paasmaan van 22 maart bepaalt Pasen op 28 maart en daarmee Hemelvaart op 6 mei en Pinksteren op 16 mei. De nieuwe manen van 2027, dertien in totaal, markeren het begin van Chinees Nieuwjaar op 6 februari, de Ramadan vanaf 8 februari, Rosj Hasjana op 1 oktober en Diwali op 29 oktober. En omdat augustus twee nieuwe manen telt, op 2 en 31 augustus, krijgt 2027 een zeldzame zwarte maan, een direct gevolg van het feit dat twaalf maanmaanden nu eenmaal niet in twaalf kalendermaanden passen.

Wil je zelf zien hoe maan en kalender in 2027 door elkaar heen lopen, dan staan alle volle en nieuwe manen met exacte tijden in de vollemaankalender 2027. Elke datum daar is een klein overblijfsel van de tijd dat mensen naar de avondhemel keken om te weten welke dag het was.

geschiedenis kalender cultuur

Veelgestelde vragen

In het kort.

Waarom heet een maand een maand?

Omdat een maand oorspronkelijk één maancyclus was, van nieuwe maan tot nieuwe maan. Maan en maand komen uit dezelfde Indo-Europese wortel die 'meten' betekent: de maan was de meter van de tijd. In het Latijn zie je hetzelfde bij mensis (maand) en in het Engels bij moon en month.

Wat is het verschil tussen een maankalender en een zonnekalender?

Een maankalender telt maanmaanden van gemiddeld 29,53 dagen; twaalf daarvan zijn 354 dagen, elf korter dan het zonnejaar. Een zonnekalender zoals de onze volgt de seizoenen en negeert de maan. Een lunisolaire kalender doet beide: maanmaanden, met om de twee of drie jaar een dertiende maand om bij de zon te blijven.

Waarom schuift de Ramadan elk jaar op?

De islamitische kalender is zuiver lunair: twaalf maanmaanden van 354 of 355 dagen, zonder schrikkelmaand. Elk jaar begint de Ramadan daardoor ongeveer elf dagen eerder in onze kalender en in ruim 33 jaar loopt hij één keer door alle seizoenen. In 2027 begint de Ramadan op 8 februari.

Waarom valt Pasen elk jaar op een andere datum?

Pasen is de laatste grote maanregel in onze kalender: de eerste zondag na de eerste volle maan van de lente. In 2027 is die volle maan op maandag 22 maart en valt Pasen dus op zondag 28 maart. De kerk rekent met een tabelmaan, niet met de sterrenkundige, maar meestal komen die op hetzelfde uit.