Blog taal

Naar de maan, maanziek, blauwe maan: waar onze maantaal vandaan komt.

In het kort

  • Maan, maand en maandag komen uit dezelfde oerwortel die meten betekent: de maan was de eerste klok van de mens.
  • Maanziek is een letterlijke vertaling van het Latijnse lunaticus, uit een tijd waarin men epilepsie en waanzin aan de volle maan toeschreef.
  • Eens in een blauwe maan is een vertaald anglicisme met een rekenfout erin; kring om de maan, regen komt aan is de enige weerspreuk met een echte kern.

Dit artikel

Deel dit artikel

WhatsApp X LinkedIn Facebook

Je zegt het zonder erbij na te denken. De koffiemachine is naar de maan. Je hebt een blauwe maandag bij dat bedrijf gewerkt. Iemand is maanziek, of doet iets eens in een blauwe maan, of moet maar eens ophouden met tegen de maan blaffen. De maan zit dieper in het Nederlands dan de zon, de sterren en alle planeten bij elkaar, en bijna elke uitdrukking heeft een herkomst die iets vertelt over hoe mensen vroeger naar die schijf aan de hemel keken.

Dit artikel loopt langs de bekendste maanwoorden en maanspreuken, van maandag tot maanziek en van wittebroodsweken tot de weerspreuken van je opa, en zet bij elk neer wat de taalkundigen van Onze Taal, de Etymologiebank en het oude spreekwoordenboek van Stoett erover te zeggen hebben. Speels waar het kan, precies waar het moet.

Maan, maand, maandag: één woord dat meet

Begin bij de basis. Het woord maan is oeroud: in het Oudnederlands van de tiende eeuw heet ze al māno, en via het Proto-Germaans gaat ze terug op een Indo-Europese wortel die ‘meten’ betekent. De maan was de meter van de tijd, het hemellichaam waaraan je zonder instrument kon aflezen hoeveel dagen er voorbij waren. Daarom is maand hetzelfde woord in een andere jas: één maand was oorspronkelijk één maancyclus, van nieuwe maan tot nieuwe maan. Het Latijnse mensis, het Griekse mēn en het Engelse paar moon en month komen allemaal uit hetzelfde nest.

Maandag is een geval apart, want dat is een vertaling. De Romeinen noemden de tweede dag van de week dies Lunae, dag van de maan, en de Germaanse volken namen het idee over in hun eigen woorden. In het Middelnederlands staat manendach al in 1253 op papier, en de buren deden precies hetzelfde: het Duitse Montag, het Engelse Monday uit het Oudengelse mōnandæg, en aan de Romaanse kant het Franse lundi en het Italiaanse lunedì. Wie op maandagochtend chagrijnig is, zit dus met een dag die naar de maan is genoemd. Een goede reden is dat niet, maar het is wel een mooie.

En dan is er nog luim, het woord voor je stemming, dat volgens de Etymologiebank waarschijnlijk ook uit luna komt, met een n die in de loop van de eeuwen een m werd. Dat de maan je humeur bepaalt, zit dus mogelijk al in het woord humeur zelf.

Naar de maan: het verste oord dat we kennen

Als iets naar de maan is, is het kapot, verloren of definitief weg: de vaas, je vrije zaterdag, een plan. De logica erachter is simpel en al eeuwen dezelfde: de maan is het verste oord dat je kunt bedenken, onbereikbaar en zonder retour. Wat daarheen is, komt niet terug. Vandaar ook iemand naar de maan wensen, wat een nette manier is om iemand te vervloeken, en naar de maan reiken, het onmogelijke willen.

Loop naar de maan hoort in hetzelfde rijtje maar is milder. Onze Taal noemt het als variant van loop in de bonen, en de betekenis is niet meer dan: ga weg, ik heb genoeg van je. Het Nederlands heeft tientallen van dat soort wegwerpformules, en in dialecten bestaan er nog veel meer, waarbij de maan het opneemt tegen de pomp, de bliksem en een reeks minder nette bestemmingen. De maan is daarvan de vriendelijkste, misschien omdat je haar tenminste kunt zien.

Het aardige is dat de uitdrukking de werkelijkheid heeft overleefd. Sinds 1969 zijn er mensen daadwerkelijk naar de maan gelopen, en teruggekomen ook, maar de vaas die naar de maan is, blijft net zo stuk als vroeger. Taal trekt zich van ruimtevaart weinig aan.

Maanziek, lunatic en de maan die je gek maakt

Het zwaarste maanwoord is maanziek. Tegenwoordig betekent het wispelturig of zenuwachtig, maar in de Middeleeuwen was het een medische diagnose. Het woord staat in 1332 al op papier als maensiec, en het is een letterlijke vertaling van het Latijnse lunaticus, van luna. Dat Latijnse woord betekende epileptisch. Men geloofde dat ziekten, en vooral epilepsie en slaapwandelen, met de maanfasen meeliepen en dat een aanval bij volle maan werd uitgelokt, omdat de maan het verstand in de war bracht. Het Grieks had er een eigen woord voor, selēniakós, letterlijk: telkens bij volle maan waanzinnig.

Het Engels ging nog een stap verder. Lunatic verschijnt daar eind dertiende eeuw en werd een juridische term voor iemand die niet toerekeningsvatbaar was, met loony als losse afkorting. Het Oudengels had al monseoc, maanziek, en zo blijkt dat het idee van de maan die je gek maakt in heel Europa hetzelfde was. Of daar iets van klopt, is de vraag waar volle maan en emoties over gaat; het korte antwoord is dat het onderzoek er weinig van terugvindt, maar het woord is er niet minder om.

Bij de maan hoort ook een hond. Tegen de maan blaffen, of de maan aanblaffen, betekent nodeloze dreigementen uiten, iets doen wat totaal niet helpt. Het beeld is compleet: de hond blaft, de maan trekt zich er niets van aan. Uit dezelfde hoek komt een spreekwoord dat Stoett rond 1900 nog optekende: als de maan vol is, schijnt zij overal. In de achttiende eeuw betekende dat: als een zaak eenmaal duidelijk is, weet iedereen het. Later verschoof het naar: wie rijk of gelukkig is, laat het bij elke gelegenheid merken. Een volle maan houd je nu eenmaal niet verborgen.

En bij nacht en ontij? Daar zit, ondanks wat je zou denken, geen maan in. Ontij is een oud woord voor ontijd, een ongelegen of onveilig uur, en de uitdrukking is volgens Stoett een vertaling van het Latijnse nocte intempesta, in het holst van de nacht. In het Middelnederlands zei men al bi nacht ende bi ontide. Wie iets bij nacht en ontij doet, doet het dus op een uur waarop een fatsoenlijk mens slaapt, met of zonder maanlicht.

Wittebroodsweken, honeymoon en een blauwe maandag

De mooiste maan in de taal is er een die je niet ziet. Het Engelse honeymoon, in 1546 al opgeschreven als hony moone, is opgebouwd uit honey, voor de zoetheid van het jonge huwelijk, en moon in de oude betekenis van maand: de eerste maand samen. Een oudere, wat wrangere uitleg zegt dat de maan erin zit omdat ze, zodra ze vol is, meteen weer begint af te nemen, en de liefde ook. Het Frans vertaalde het letterlijk tot lune de miel, en zo deden het Spaans, het Russisch en het Turks.

Het Nederlands koos een ander beeld. Wittebroodsweken bestaat sinds de zestiende eeuw en verwijst naar wittebrood, dat in de tijd van dagelijks roggebrood een feestelijke lekkernij was. Bij een bruiloft en in de weken erna at je wit, daarna was het weer gewoon bruin. Het Fries heeft wiggewiken en het Deens hvedebrødsdage, tarwebrooddagen, met precies dezelfde gedachte. Tegenwoordig zeggen we voor de reis meestal gewoon huwelijksreis of, steeds vaker, honeymoon; de maan is via een omweg alsnog binnengekomen.

Dan de blauwe maandag. Wie ergens een blauwe maandag heeft gewerkt, was er maar kort, en het heeft niet veel voorgesteld. Onze Taal legt uit dat blauw vroeger de figuurlijke betekenis had van nietig, onbetekenend, van weinig waarde: een blauwe maandag was een maandag die niet meetelde. De uitdrukking bestaat al in de zeventiende eeuw, en Stoett wijst erop dat er ooit ook alle blauwmaandagen bestond, wat ‘om de haverklap’ betekende. Er zijn meer theorieën, van blauwe doeken in de kerk voor de vasten tot vrije maandagen van gildeleden en wolververs, maar die noemt Onze Taal omstreden. Met het Engelse Blue Monday, de zogenaamd somberste maandag van januari, heeft het niets te maken; dat is een marketingbedenksel van deze eeuw.

De maan in onze taal is zelden de maan aan de hemel. Ze is het verste oord, de klok, de maat van een maand en het excuus voor een humeur.

Eens in een blauwe maan: een anglicisme met een rekenfout

Eens in een blauwe maan betekent zelden, en het is een van de zuiverste anglicismen in het Nederlands: een woord-voor-woordvertaling van once in a blue moon. Het Engels kent de blauwe maan als beeld voor iets zeldzaams al eeuwen. Wat er sterrenkundig mee bedoeld wordt, is een jonger en rommeliger verhaal.

De Maine Farmers’ Almanac gaf in de jaren dertig van de vorige eeuw de naam blauwe maan aan een specifiek geval: normaal vallen er in een seizoen drie volle manen, maar eens in de zoveel jaar zijn het er vier, en de derde daarvan heette dan blauw. In 1946 probeerde de amateurastronoom James Hugh Pruett die regel uit te leggen in het tijdschrift Sky & Telescope, begreep hem verkeerd en schreef op dat een blauwe maan de tweede volle maan in één kalendermaand was. Die versie was fout, maar simpel en goed te onthouden, en ging de wereld over. Vandaag zijn beide definities in omloop: de seizoensblauwe maan van de almanak en de kalenderblauwe maan van de leesfout.

Het Nederlands had voor zeldzaamheid al genoeg eigen woorden, van zelden of nooit tot met sint-juttemis, en de blauwe maan is er dus vooral bijgekomen via films en muziek. Blauw is de maan bijna nooit; alleen fijn stof van vulkaanuitbarstingen of grote bosbranden kan haar echt een blauwe zweem geven. In 2027 is er geen kalenderblauwe maan, want elke maand heeft precies één volle maan. Wel telt de lente van 2027 vier volle manen, en de derde daarvan, op 20 mei, is een echte seizoensblauwe maan volgens de oude almanakregel. Het hele verhaal staat in blauwe maan 2027.

Weerspreuken: kring om de maan, regen komt aan

De meeste maanspreuken gaan niet over gevoel maar over het weer, en daar kun je ze tenminste toetsen. De bekendste is kring om de maan, regen komt aan, met varianten als een kring om de maan geeft wind op de baan en kring om de maan zal in regen vergaan. Die kring is een halo: een ring van 22 graden rond de maan, veroorzaakt door ijskristallen in hoge cirrusbewolking. Cirrus loopt vaak voor een warmtefront uit, en dus volgt op een halo inderdaad geregeld regen. Weerkundigen houden het op ruwweg zestig tot zeventig procent van de gevallen, meestal binnen een tot anderhalve dag. Dit is de enige maanspreuk die de toets echt doorstaat, en de mechaniek erachter lees je in kring om de maan: de halo uitgelegd.

De tweede familie leest aan de maan af hoe de lucht is. Bleke maan regen, rossige maan wind, heldere maan mooi weer, zegt een oude spreuk, en daar zit iets in. Vocht en nevel maken de maan bleek en wazig, stof en droge wind kleuren haar rossig, en een scherp getekende, heldere maan betekent droge, schone lucht. De maan voorspelt hier niets; ze is een lamp waar je de atmosfeer doorheen bekijkt.

De derde familie gaat over vorst. Vorst met nieuwe maan, dan kun je de schaatsen gaan, en het populaire heldere maan, vorst op de baan. Ook hier klopt de waarneming, maar niet de oorzaak. Een heldere maan betekent een heldere hemel, en op een heldere winternacht straalt de aarde haar warmte ongehinderd de ruimte in. Het wordt kouder omdat er geen wolken zijn, niet omdat de maan schijnt. Dezelfde nacht zonder maan zou net zo hard vriezen; je zou het alleen niet zien.

Doet de maan dan helemaal niets met het weer? De Belgische weerman Frank Deboosere legde de waarnemingen van Ukkel sinds 1833 naast de maancyclus en vond in geen enkele weerparameter een patroon van 29,5 dagen. Dat het bij volle maan zo vaak helder lijkt, is selectie: je merkt de volle maan juist op wanneer het helder is. Een spreuk als bij volle maan is het altijd droog is dus geen weerwijsheid maar een geheugenfout.

De maantaal van 2027

De uitdrukkingen leven pas echt als je ze naast de echte maan legt. In 2027 kun je dat elke maand doen. Wie iets eens in een blauwe maan doet, heeft op donderdag 20 mei een excuus: de Bloemenmaan van mei is de seizoensblauwe maan van het jaar. Wie wil weten of heldere maan, vorst op de baan klopt, wacht op de Koude maan van 13 december, die het hoogst van alle volle manen aan de hemel staat en in een heldere nacht precies de kou brengt die de spreuk belooft. En wie een halo wil zien, heeft de meeste kans in de wintermaanden, wanneer cirrus voor de fronten uit over Nederland trekt.

Alle data en tijden staan in de vollemaankalender 2027. Naar de maan gaan hoeft niet; naar de maan kijken kan twaalf keer.

taal spreekwoorden cultuur

Veelgestelde vragen

In het kort.

Wat betekent naar de maan zijn?

Dat iets kapot, verloren of weg is: de vaas is naar de maan, mijn zaterdag is naar de maan. De maan staat in de taal voor het verste oord dat je kunt bedenken; wat daarheen is, komt niet terug. Verwante vormen zijn iemand naar de maan wensen en loop naar de maan, dat gewoon ga weg betekent.

Waar komt het woord maanziek vandaan?

Maanziek is een vertaling van het Latijnse lunaticus, afgeleid van luna, maan. Het woord komt in het Nederlands al in 1332 voor als maensiec en beschreef toen een aandoening met epileptische aanvallen en slaapwandelen, waarvan men dacht dat de volle maan ze uitlokte. Het Engelse lunatic heeft dezelfde oorsprong.

Wat betekent eens in een blauwe maan?

Zelden. De uitdrukking is een letterlijke vertaling van het Engelse once in a blue moon. Als sterrenkundige term is een blauwe maan een tweede volle maan in één kalendermaand, een definitie die in 1946 per ongeluk ontstond door een leesfout in een Amerikaans tijdschrift. In 2027 is er geen kalenderblauwe maan, wel een seizoensblauwe op 20 mei.

Klopt de weerspreuk kring om de maan, regen komt aan?

Vaker wel dan niet. De kring is een halo, veroorzaakt door ijskristallen in hoge cirrusbewolking, en die bewolking loopt vaak voor een front uit. Weerkundigen schatten dat er in ruwweg twee van de drie gevallen binnen een tot anderhalve dag regen volgt. De maan zelf doet niets aan het weer; de kring is een teken van wat er al aankomt.