Blog halo
Kring om de maan: wat die halo is en of er echt regen aankomt.
In het kort
- Een kring om de maan is een 22-gradenhalo: maanlicht dat breekt in zeskantige ijskristallen van hoge cirrusbewolking, zo'n 6 tot 12 kilometer hoog.
- De weerspreuk klopt vaker wel dan niet: cirrus loopt vaak vooruit op een naderend front, en in ruwweg zes tot zeven van de tien gevallen regent het binnen een dag.
- Verwar de halo niet met de krans, een kleine gekleurde ring door waterdruppels, en kijk ook uit naar bijmanen; de maanregenboog is in Nederland een zeldzaamheid.
Je fietst ’s avonds naar huis, kijkt omhoog en ziet het: de maan hangt achter een dunne waas, en om hem heen staat een enorme, bleke ring. Zo groot dat je hem met een uitgestrekte arm nauwelijks met je hand kunt bedekken. De lucht binnen de ring lijkt donkerder dan erbuiten, en de rand heeft een vage roodbruine gloed aan de binnenkant. Bijna iedereen die het voor het eerst ziet, blijft staan.
Die kring om de maan is een halo, en hij hoort tot de meest voorkomende en tegelijk minst opgemerkte lichtverschijnselen aan de Nederlandse hemel. Dit artikel legt uit hoe hij ontstaat, of de oude weerspreuk over regen klopt, welke andere ringen en vlekken je om de maan kunt zien, hoe je ze fotografeert, en welke volle manen van 2027 de beste kans geven.
Wat is die kring om de maan precies?
De kring is een 22-gradenhalo, in Nederland ook “kleine kring” genoemd. Hij ontstaat als maanlicht door hoge, dunne bewolking valt die niet uit waterdruppels bestaat maar uit ijskristallen: cirrus en cirrostratus, op 6 tot 12 kilometer hoogte, waar het ook in de zomer tientallen graden onder nul is. Die ijskristallen zijn zeskantig, als minuscule potloodjes of plaatjes. Licht dat aan de ene kant zo’n kristal binnengaat en er via een zijvlak dat er 60 graden op staat weer uitkomt, wordt afgebogen. De kleinste afbuiging die daarbij mogelijk is, bedraagt ongeveer 22 graden, en omdat er bij die hoek relatief veel licht terechtkomt, zie je precies daar een ring oplichten.
Vandaar dat elke halo dezelfde maat heeft: een straal van 22 graden, ongeveer de breedte van je gespreide hand op armlengte, en dus een totale doorsnede van 44 graden. Ter vergelijking: de maan zelf is een halve graad breed. Binnen de ring is de hemel donkerder, omdat het licht onder hoeken kleiner dan 22 graden niet wordt afgebogen. En de kleuren zitten in een vaste volgorde: rood aan de binnenkant, naar buiten toe geel en een vaag blauwachtig. Bij de maan zie je die kleuren meestal nauwelijks; maanlicht is te zwak om de kleurgevoelige kegeltjes in je ogen goed aan het werk te zetten, en de ring ziet er vooral wit uit.
Rond de zon gebeurt precies hetzelfde. Een halo om de zon is zelfs veel gewoner dan een halo om de maan, maar hij valt overdag zelden op, omdat je niet snel recht in de zon kijkt. ’s Nachts is de maan de enige lichtbron die fel genoeg is, en dan alleen rond volle maan.
Kring om de maan, regen in de laan: klopt die weerspreuk?
De weerspreuk bestaat in allerlei varianten. “Kring om de maan brengt regen aan” is de bekendste, “kring om de maan, regen in de laan” rijmt net zo goed, en voor overdag geldt “kring om de zon, water in de ton”. Ze zeggen allemaal hetzelfde: zie je een halo, dan komt er regen. En anders dan veel weerspreuken heeft deze een stevige natuurkundige basis.
Cirrusbewolking is namelijk vaak het eerste wat je ziet van een naderend warmtefront. Warme lucht die tegen koudere lucht aan schuift, glijdt daar langzaam overheen, en het hoogste, verste puntje van die warme lucht bestaat uit ijswolken die honderden kilometers vooruitlopen op de regen. Eerst wordt de hemel melkachtig en verschijnt de halo, dan wordt de sluier dikker, de maan wordt vaag en verdwijnt, en een halve tot een hele dag later valt de regen. Het KNMI zegt het zo: het langzaam verdwijnen van de zon, de maan of de gekleurde kring is vaak een voorbode van slechter weer, vooral als de cirruswolken uit het westen komen en snel dichter worden.
Hoe vaak klopt het? Weerkundigen schatten de kans op regen binnen een dag na een halo op ongeveer 60 tot 70 procent. Dat is hoog voor een weerspreuk, maar geen zekerheid. Cirrus kan ook bij rustig weer voorbijtrekken zonder dat er iets volgt, en soms blijft de regen gewoon uit. Twee dingen maken je voorspelling beter: let op de richting (komt de sluier uit het westen of zuidwesten, dan is een front waarschijnlijk) en let op de ontwikkeling (wordt de waas in een uur dikker, dan is de halo een echte voorbode).
Nog één misverstand uit de weg: de halo zelf doet niets met het weer. Hij veroorzaakt geen regen, hij verraadt alleen de wolken die eraan vooraf gaan.
Een kring om de maan is geen voorspelling maar een verklikker: hij laat de ijswolken zien die honderden kilometers vooruitlopen op het front.
Niet elke ring is een halo: krans, bijmaan en maanregenboog
Om de maan zijn meer verschijnselen te zien dan de kleine kring, en ze worden geregeld door elkaar gehaald. Dit zijn de belangrijkste.
- De krans (corona). Een kleine, gekleurde ring die strak om de maan zit, hooguit een paar graden groot. Hij ontstaat niet door breking in ijs maar door buiging van licht om piepkleine waterdruppels, bijvoorbeeld in dunne altocumulus of een sluier van lage bewolking. Van binnen naar buiten loopt de kleur van blauwwit naar roodbruin, precies andersom dan bij de halo. Een mooie krans heeft soms twee of drie gekleurde ringen om elkaar. Hoe kleiner de druppels, hoe groter de krans.
- Bijmanen (paraselenen). Twee heldere lichtvlekken links en rechts van de maan, op dezelfde hoogte, op 22 graden afstand, vaak precies op de halo. Ze ontstaan in zeskantige plaatkristallen die horizontaal in de lucht zweven, en zijn de nachtelijke versie van de bijzonnen die je overdag naast een lage zon kunt zien. Omdat maanlicht zwak is, zie je bijmanen vrijwel alleen rond volle maan, en dan meestal als één vlek in plaats van twee.
- De maanregenboog. Een regenboog met de maan als lichtbron, in Nederland een echte zeldzaamheid. Hij vraagt om een bijna volle maan die laag staat (lager dan 42 graden), een donkere hemel, en regen of nevel aan de kant tegenover de maan. Omdat het licht zo zwak is, ziet hij er voor het oog wit uit; alleen op een foto met lange sluitertijd komen de kleuren tevoorschijn. De beroemde plekken zijn watervallen met permanente nevel, zoals Cumberland Falls in Kentucky en de Victoriawatervallen, maar bij een nachtelijke bui met een lage volle maan in de rug kan het ook hier.
Een vuistregel om ze uit elkaar te houden: is de ring groot en bleek, met rood binnenin, dan is het een halo (ijs). Is de ring klein, kleurrijk en dicht om de maan, met rood buiten, dan is het een krans (water). Zie je losse vlekken naast de maan, dan zijn het bijmanen. En zie je een boog in plaats van een cirkel, aan de kant waar de maan niet is, dan heb je iets heel bijzonders gezien.
Hoe vaak zie je een halo in Nederland?
Vaker dan je denkt. Volgens waarnemers die er speciaal op letten, is de kleine kring om de zon in Nederland gemiddeld op zo’n honderd dagen per jaar ergens te zien. Meestal merkt niemand het, omdat de zon te fel is om ertegenin te kijken en omdat we overdag zelden omhoog kijken. Halo’s komen het hele jaar voor; ze hangen niet af van het seizoen maar van de aanwezigheid van cirrus, en die is er in elke maand.
Om de maan ligt het getal een stuk lager. Het maanlicht is alleen in de dagen rond volle maan fel genoeg om een duidelijke ring te maken, en het moet dan ook nog toevallig dun bewolkt zijn. Wie rond elke volle maan een paar keer naar buiten kijkt, ziet er in een jaar meestal een handvol. De winter geeft de beste kansen: lange nachten, een volle maan die hoog staat en veel uren zichtbaar is, en een druk frontenseizoen dat geregeld cirrus aanvoert. Waarom de wintermaan zo hoog staat, lees je in waarom de volle maan in de winter zo hoog staat.
Halo’s herkennen en fotograferen
Herkennen is simpel: strek je arm, spreid je hand, en leg de basis van je duim op de maan. De halo loopt dan ongeveer langs je pinktop. Past de ring ruim binnen je hand, dan is het een krans. Kijk ook even naar de maan zelf: bij een halo is hij meestal nog scherp zichtbaar achter een melkachtige sluier, bij een krans juist wat wazig door lagere bewolking.
Fotograferen is lastiger dan het lijkt, omdat de maan vele malen feller is dan de ring eromheen. Een paar aanwijzingen:
- Gebruik een groothoek. De halo is 44 graden breed; met de standaardlens van een telefoon past hij er net in, met de ultragroothoek makkelijk, en die geeft ook ruimte voor een boom of dak als voorgrond.
- Belicht op de ring, niet op de maan. Tik in je camera-app op een stuk hemel naast de ring en zet de belichting zo dat de ring zichtbaar wordt. De maan brandt dan uit, en dat is prima.
- Houd het toestel stil. Nachtmodus of een sluitertijd van 2 tot 5 seconden vraagt om een stevige ondergrond: een muurtje, een hek, een klein statief.
- Met een systeemcamera: ISO 800 tot 1600, diafragma 2.8 tot 4, sluitertijd 5 tot 15 seconden, en scherpstellen op de maan zelf. Zet de witbalans op daglicht, anders wordt de ring oranje of blauw.
- Fotografeer ook de context. Een serie van drie foto’s met een kwartier ertussen laat zien hoe de sluier dikker wordt, en dat is precies het weerverhaal van de halo.
Meer over de instellingen en de beperkingen van een telefooncamera bij nacht staat in de maan fotograferen met je telefoon.
De beste halo-manen van 2027
Voor een goede halo heb je twee dingen nodig die je zelf niet in de hand hebt, cirrus en een felle maan, en één ding dat je wel kunt plannen: naar buiten gaan rond volle maan. In 2027 springen een paar manen eruit.
De sterkste kandidaat is de Wolvenmaan van vrijdag 22 januari 2027: de enige supermaan van het jaar, op 357.635 kilometer de dichtstbijzijnde en helderste volle maan van 2027. Hij komt in Amsterdam om 17:08 op en gaat pas om 08:48 de volgende ochtend onder, dus je hebt de hele avond en nacht om een ring te zien verschijnen. Meer over die maan op de pagina over de supermaan van 2027.
Aan het andere eind van het jaar staat de Koude maan van maandag 13 december 2027, de hoogste volle maan van het jaar aan de Nederlandse hemel: op om 15:49, onder om 08:52. Een hoge maan betekent dat de halo ook hoog staat, vrij van bomen en daken, en dat je hem vanuit een gewone straat kunt zien. Daartussen zijn de Sneeuwmaan van 21 februari en de Beversmaan van 14 november goede winterkandidaten, met lange donkere nachten.
De zomerse volle manen zijn minder geschikt: ze staan laag, de nachten zijn kort en de Hertenmaan van 18 juli is bovendien de verste en dus zwakste volle maan van het jaar. Alle data en tijden staan in de vollemaankalender 2027; hoeveel licht een volle maan werkelijk geeft, lees je in hoe fel maanlicht is.
En zie je in een van die nachten een ring om de maan, kijk dan de volgende ochtend even uit het raam. Grote kans dat het regent.
Veelgestelde vragen
In het kort.
Wat betekent een kring om de maan?
Een kring om de maan betekent dat er hoge, dunne ijswolken (cirrus of cirrostratus) voor de maan hangen. Het maanlicht breekt in de zeskantige ijskristallen en komt onder een hoek van 22 graden weer tevoorschijn, als een grote bleke ring. Zulke wolken lopen vaak vooruit op een front, vandaar de reputatie als regenvoorspeller.
Klopt de weerspreuk dat een kring om de maan regen aankondigt?
Vaker wel dan niet. Cirrusbewolking is dikwijls het eerste teken van een naderend warmtefront, waarna de bewolking dichter wordt en het gaat regenen. Meteorologen schatten de regenkans binnen een dag na een halo op ruwweg 60 tot 70 procent. Het is een aanwijzing, geen zekerheid: cirrus kan ook voorbijtrekken zonder gevolgen.
Wat is het verschil tussen een halo en een krans om de maan?
Een halo is groot (straal 22 graden, ruim een uitgestrekte hand op armlengte), bleek, en heeft rood aan de binnenkant. Een krans of corona zit strak om de maan, is maar een paar graden groot, is kleurrijker en heeft rood juist aan de buitenkant. De halo ontstaat door breking in ijskristallen, de krans door buiging van licht om waterdruppels.
Hoe vaak zie je een kring om de maan?
Om de zon is de 22-gradenhalo in Nederland gemiddeld op zo'n honderd dagen per jaar te zien, maar hij valt overdag zelden op. Om de maan zie je hem minder vaak, omdat het maanlicht alleen rond volle maan fel genoeg is. Wie er rond elke volle maan op let, ziet er in een jaar meestal een handvol.
Bronnen